Het hoofd zat te vol en ik moest even weg van de computer. Naar het stadsarchief dan maar om de gevraagde scans te regelen. Op weg naar huis loop ik binnen bij de tweedehandswinkel op de hoek om te kijken of er mooie kleuren hangen. Het is er vol, veel aanbod, veel klanten. Tegen de muur een lang rek, propvol, of er een kleur van mijn gading tussen hangt? Het pad naast het lange rek is erg nauw. Er staat al een geïnteresseerde klant die geroutineerd door het aanbod bladert. Tjak, tjak, tjak knallen de knaapjes, van rechts naar links. Daar, ik zie geloof ik iets in warme kleuren hangen en wring me achter haar langs.
Een andere klant krijgt ook belangstelling voor dit rek en komt tussen ons in staan. Klant 1 mort wat, maar hervat meteen haar razendsnelle inspectie. Het rek hangt zo vol dat alles strak staat zodra een van ons wat ruimte probeert te maken om iets nader te bekijken of even van het rek te halen. Klant 1 krijgt het inmiddels echt te kwaad en sist naar de laatst gearriveerde dat ze óók van rechts naar links moet gaan. De nieuwkomer en ik kijken elkaar geamuseerd aan. Nu is klant 1 echt boos. We moeten alledrie van rechts naar links, want, licht ze toe: ‘Dan kan ik hier ten minste doorwerken.’
Ik wilde een verzetje, kreeg een anekdote, won een lach en vertrok om thuis door te werken aan de broodschrijf- en vertaalzaken.


Hahaha, heel grappig! Zo’n scène kan echt direct op het toneel, vind ik. Zou de egocentrische klant daar dan om lachen? Zichzelf herkennen? Ben benieuwd…
ha, heerlijk om je verhaaltje te lezen. Ik heb vandaag besloten dat er het afgelopen jaar hard genoeg is gewerkt met verstand op nul en dat ik weer sociaal ga doen. En niet van rechts naar links, maar kris kras door elkaar.